De man die het Joodse Leiden begon: het vergeten verhaal van Philip Arons

De man die het Joodse Leiden begon: het vergeten verhaal van Philip Arons

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week staat de Joodse gemeenschap in Leiden Centraal. Een gemeenschap waar Philip Arons in de 17e eeuw de grondlegger van is.

De Joodse synagoge in Leiden in de 18e eeuw – bron: erfgoedleiden.nl

Wie vandaag langs het Levendaal in Leiden wandelt, ziet misschien niet meteen dat hier al drie eeuwen lang Joods leven geworteld is. Toch begon die geschiedenis met één man: Philip Arons. Hij was geen beroemde rabbijn, geen rijke bankier en geen politieke leider, maar een eenvoudige Joodse koopman die zich in 1714 in Leiden vestigde. Juist daardoor is zijn verhaal zo bijzonder. In een tijd waarin Joden in veel Europese steden nog met wantrouwen werden bekeken en vaak slechts tijdelijk werden geduld, slaagde Arons erin om de basis te leggen voor een blijvende Joodse gemeenschap in Leiden. Zonder hem zou de latere synagoge aan het Levendaal waarschijnlijk nooit zijn ontstaan.

Isaac Pallache in een akteboek uit 1640 – bron: erfgoed leiden

Aan het einde van de zeventiende eeuw was Leiden een stad in verandering. De grote bloeitijd van de lakenindustrie liep terug, maar de universiteit trok nog altijd geleerden, studenten en handelaren uit heel Europa aan. In de 17e eeuw was Isaac Pallache (ca 1600 – 1660) verbonden aan de universiteit Leiden. Pallache gaf er colleges in Hebreeuws en waarschijnlijk ook in Arabisch. Daarmee werkte hij op een plek die in de zeventiende eeuw uitgroeide tot een van de belangrijkste Europese centra voor de studie van oosterse talen en culturen. Kennis van talen als Hebreeuws en Arabisch was toen van grote waarde. Geleerden hadden die nodig om de Bijbel beter te kunnen bestuderen in de oorspronkelijke talen, terwijl bestuurders en kooplieden ze gebruikten in contacten met de islamitische wereld. Met zijn lessen en vertalingen hielp Pallache mee om de belangstelling voor Hebreeuwse en oosterse studies in de Republiek te vergroten. Dat kon juist in Leiden goed gedijen, omdat daar wetenschappelijke nieuwsgierigheid en een relatief tolerant klimaat hand in hand gingen.

Waar Joden elders in Europa vooral gewantrouwd werden en geen echte zichtbare plek konden opbouwen was dat in de Republiek der Verenigde Nederlanden anders. Nederlandse steden mochten vaak zelf bepalen onder welke voorwaarden Joden zich konden vestigen. Sommige steden waren relatief tolerant, andere juist terughoudend. Leiden behoorde lange tijd tot die laatste categorie. Toch vestigde Philip Arons zich rond 1694 in de stad. Over zijn afkomst weten historici niet alles zeker, maar vermoedelijk behoorde hij tot de Asjkenazische Joden die vanuit Duitsland of Midden-Europa naar de Republiek trokken op zoek naar meer veiligheid en economische kansen. Arons werkte waarschijnlijk als kleine handelaar of marskramer, beroepen die voor veel Joden toegankelijk waren omdat zij vaak uitgesloten werden van de traditionele gilden.

Zijn betekenis lag niet alleen in het feit dat hij er wás, maar vooral in wat zijn aanwezigheid mogelijk maakte. Zodra een stad een kleine kern van permanente Joodse bewoners kreeg, konden religieuze en sociale voorzieningen ontstaan. Dat was essentieel, want het Joodse leven draait niet alleen om individueel geloof, maar ook om gemeenschap. Voor gezamenlijke gebeden zijn meerdere volwassen mannen nodig, er moet koosjer voedsel beschikbaar zijn, armenzorg georganiseerd worden en uiteindelijk ontstaat behoefte aan een eigen gebedsruimte en begraafplaats.

Het Levendaal met de synagoge in de 19e eeuw – bron: Erfgoedleiden.nl

Philip Arons vormde het begin van het Leidse netwerk. Hij stond in contact met andere Joodse families in Holland en hielp vermoedelijk nieuwe bewoners om zich in Leiden te vestigen. In de eerste decennia van de achttiende eeuw groeide de kleine gemeenschap langzaam. Dat gebeurde voorzichtig en zonder grote zichtbaarheid. De Leidse overheid bleef namelijk wantrouwig tegenover Joodse vestiging. Er golden beperkingen voor het aantal Joden dat zich in de stad mocht vestigen, en economische activiteiten werden nauwlettend gevolgd. Toch zette de gemeenschap door. De Joodse inwoners kwamen aanvankelijk samen in particuliere huizen om te bidden. Dat gebeurde vaker in kleine Nederlandse steden: een officiële synagoge was duur, zichtbaar en soms politiek gevoelig. Maar naarmate de gemeenschap groeide, ontstond behoefte aan een vaste plek voor religieuze bijeenkomsten. Daarbij speelde het Levendaal een belangrijke rol. Deze straat lag aan de rand van het oude stadscentrum en ontwikkelde zich in de achttiende eeuw tot het hart van Joods Leiden en van de (kleine) Joodse gemeenschap in Leiden.

De Joodse synagoge anno nu – bron: WikiCommens

Vier jaar na de komst van Philip Arons kwam Aaron van Praag naar Leiden. Hij kocht in 1723 een aantal huisjes aan het Levendaal die officieel werden ingericht als synagoge. Zonder de gemeenschap die Arons hielp opbouwen, was er eenvoudigweg geen basis geweest voor een eigen synagoge. Historische documenten laten zien dat Joodse bewoners gezamenlijk geld bijeenbrachten om een pand aan te kopen en geschikt te maken als gebedshuis. Daarbij was dus vooral Aaron van Praag een sleutelfiguur; hij kocht het huis dat als synagoge ging dienen. Maar Van Praag bouwde voort op een gemeenschap die al tientallen jaren bestond en die terugging op de pioniersgeneratie van Philip Arons.

De stichting van de synagoge was veel meer dan alleen de opening van een religieus gebouw. Het betekende dat de Joodse gemeenschap voortaan zichtbaar en duurzaam aanwezig was in Leiden. De synagoge werd een centrum van gebed, onderwijs, armenzorg en ontmoeting. Hier werden huwelijken gesloten, kinderen onderwezen en feestdagen gevierd. In een tijd waarin Joden elders in Europa vaak vervolgd of verdreven werden, bood Leiden — ondanks alle beperkingen — ruimte voor een bescheiden maar stabiel Joods bestaan.

Het interieur van de Joodse Synagoge in Leiden – Bron: Erfgoedhuis Zuid-Holland

Het leven van Philip Arons laat zien hoe geschiedenis vaak niet wordt gemaakt door beroemde machthebbers, maar door gewone mensen die ergens durven beginnen. Hij kwam terecht in een stad waar nauwelijks plaats leek voor Joods leven, maar door zijn aanwezigheid ontstond langzaam een gemeenschap die eeuwenlang zou blijven bestaan. Dat proces ging stap voor stap: eerst één gezin, dan enkele families, vervolgens gezamenlijke gebeden en uiteindelijk een synagoge. Soms verandert één pionier de geschiedenis van een stad. In Leiden begon het Joodse leven niet met een monumentaal gebouw, maar met de komst van één man die besloot te blijven.

Met dank aan Herdenkingleiden.nl en erfgoedleiden.nl

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram