Herman van Rijn: de molenaar die Rembrandt liet studeren

Herman van Rijn: de molenaar die Rembrandt liet studeren

Herman van Rijn: de molenaar die Rembrandt liet studeren 

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week staat staat misschien wel de bekendste molenaar van Leiden centraal. Niet zozeer omdat hij met zijn molen en met de productie van zijn molen tot ongekende hoogte steeg, maar meer vanwege zijn (wereld)beroemde zoon die in zijn eigen tijd overigens iets minder beroemd was dan nu. We hebben het over Herman van Rijn, molenaar van beroep. Én vader van Rembrandt.  

-door Joost Bleijie 

Molen de Valk, niet de molen van Herman van Rijn.

Wanneer over Rembrandt van Rijn wordt gesproken, gaat het bijna altijd over zijn schilderkunst, zijn lichtgebruik of zijn zelfportretten. Of over de Nachtwacht, de Staalmeester of een van zijn geschilderde Bijbelse taferelen. Minder bekend is de rol van zijn vader, Herman van Rijn. Toch speelde deze Leidse molenaar een beslissende rol in Rembrandts jeugd én carrière. Dankzij het relatief welgestelde bestaan van zijn vader kon Rembrandt onderwijs volgen en zelfs aan de universiteit van Leiden studeren — een uitzonderlijke kans voor een jongen uit een ambachtsfamilie in de zeventiende eeuw. Studeren was alleen weggelegd voor de zonen van de welgestelde Leidenaren.  

Een molenaar aan de rand van Leiden 

Herman Gerritsz. van Rijn werd rond 1568 geboren en werkte als molenaar in Leiden. Hij bezat een korenmolen aan de Weddesteeg, vlak bij de stadswal en de Rijn. Rembrandt werd daar in 1606 geboren als negende kind in het gezin. In de zeventiende eeuw was een molen veel meer dan een eenvoudig werktuig. Molens vormden een belangrijk onderdeel in de stedelijke economie. Molens maalden graan, zaagden hout, persten olie, maakten papier of pompten water weg uit polders of door de stad. Vooral in Holland, waar wind in overvloed aanwezig was, groeiden molens uit tot een technologisch wonder van de Republiek. Leiden telde in Rembrandts jeugd tientallen molens. Ze stonden meestal langs de stadswallen, waar voldoende wind was en waar de beperkte ruimte binnen de stadsmuren optimaal benut kon worden. Vanaf de wallen bepaalden de wieken mede de historische skyline van de stad. De molens waren onmisbaar voor de voedselvoorziening van de snelgroeiende bevolking. 

Het beroep van molenaar 

Impressie van het verloren gegane woonhuis van Rembrandt van Rijn en zijn vader Herman aan de weddesteeg

Een korenmolenaar zoals Herman van Rijn maalde graan tot meel voor bakkers en huishoudens. Dat was zwaar en verantwoordelijk werk. De kwaliteit van het meel bepaalde immers de kwaliteit van het brood, het basisvoedsel van de bevolking in de 17e eeuw. Molenaars moesten niet alleen technisch vaardig zijn, maar ook zakelijk inzicht hebben. Zij onderhandelden over graanprijzen, onderhielden contacten met boeren en handelaars en moesten dure installaties onderhouden. Een molen was kostbaar bezit. Daarom behoorden molenaars vaak tot de welgestelde middenklasse. In Holland hadden molenaars bovendien een bijzondere positie omdat zij profiteerden van de bloeiende stedelijke economie. Leiden was in de zeventiende eeuw na Amsterdam de grootste stad van Holland en beroemd om zijn textielindustrie. Een groeiende bevolking betekende ook een groeiende vraag naar brood en meel. Voor een succesvolle molenaar viel dus goed geld te verdienen. 

Dat blijkt ook uit het leven van Herman van Rijn. Hij kon een groot gezin onderhouden en zijn kinderen degelijk onderwijs bieden. Rembrandt bezocht de Latijnse School, waar vooral zonen van welgestelde burgers les kregen in talen, retorica en klassieke literatuur. In 1620 schreef Rembrandt zich zelfs in aan de Universiteit Leiden. Hoewel hij al snel koos voor de schilderkunst, toont die universitaire inschrijving aan dat zijn familie sociaal hoger stond dan veel ambachtsgezinnen. 

De molen en Rembrandts blik op de wereld 

De Young Rembrandtstudio aan de Langebrug.

De status van Herman van Rijn werd onder meer duidelijk door het feit dat hij Poorter van Leiden was. Een soort officieel ingeschreven inwoner van de stad. Poorters hadden rechten en plichten. Een recht was dat poorters een wapen mochten dragen en een clubje buurtgenoten mochten aanvoeren die in hun buurt de wacht hielden. Ofwel een clubje buurtbewoners die overdag en ’s nachts de wacht hielden in het 17e eeuwse Leiden. Als er binnen of buiten stad onheil dreigde, dan was het aan de dag- of nachtwacht om daar melding van te maken en, waar dat kon, ook de orde te herstellen. Herman van Rijn stuurde zo’n wacht aan. Grote kans dat zijn zoon Rembandt zijn vader als da- of nachtwacht heeft gezien. Misschien is hij zelfs wel meegegaan met zijn vader, wie zal het zeggen. Grote kans dus ook dat het schilderij dat in het Rijksmuseum hangt waar de Nachtwacht van Frans Banninck Cocq op staat voor een deel op de herinneringen van Rembrandt is geschilderd. Zou hij dat mede met zijn herinneringen aan Leiden hebben geschilderd? EN is daarmee de Nachtwacht ook een beetje Leids? Historici vermoeden dat Rembrandts jeugd en de herinneringen die hij had van invloed is geweest op zijn latere werk. Datzelfde geldt voor de herinneringen die hij had aan de plek waar hij woonde en de stad waarin hij opgeroeide. De Leidse stadswallen boden uitzicht op schepen, markten en werkplaatsen, maar ook op het Galgenveld, molens en stadsmuren.  

Een vergeten fundament onder een groot kunstenaar 

Gezicht op de molen van Rembrandt, de wallen bij de Morspoort en het Pelikaansbolwerk

Herman van Rijn is in de schaduw van zijn beroemde zoon grotendeels vergeten geraakt. Toch vormde zijn werk als molenaar en als poorter het fundament onder Rembrandts ontwikkeling. De welvaart van de Hollandse moleneconomie maakte sociale stijging mogelijk. Zonder de inkomsten uit de Leidse korenmolen had Rembrandt waarschijnlijk nooit het onderwijs gekregen dat hem voorbereidde op zijn kunstenaarschap. De geschiedenis van Herman van Rijn laat zien dat achter de grote kunstenaars van de Gouden Eeuw vaak een wereld schuilging van ambachtslieden, ondernemers en stedelijke arbeid. De molens langs de Leidse wallen maalden niet alleen graan — zij hielpen indirect ook mee aan het ontstaan van een van de grootste schilders uit de Europese geschiedenis. 

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram