Het Bolwerk van Vrijheid: Johannes Thys en het gedrukte geweten van Leiden

Het Bolwerk van Vrijheid: Johannes Thys en het gedrukte geweten van Leiden

In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken had, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad. Deze week staat is Johannes Thys de Leiden van Toen. In het korte leven van Thys, hij werd slechts 31 jaar oude, verzamelde hij boeken. Hij liet in een testament vastleggen wat er met zijn verzameling na zijn dood moest gebeuren. De boeken moesten in een openbaar toegankelijke bibliotheek komen te liggen. Die bibliotheek moest nog wel gebouwd worden. Dat gebeurd na de dood van Thys dan ook. Dat is de Bibliotheca Thysiana geworden.

Wie vandaag over het Rapenburg wandelt, stuit op de hoek van Leidens mooiste gracht en de Groenhazengracht op een zeldzaam overblijfsel uit de zeventiende eeuw: de Bibliotheca Thysiana. Achter deze renaissancegevel, ontworpen door de beroemde Arent van ‘s-Gravesande gaat het levenswerk schuil van Johannes Thys, een jonge jurist met een ontembare honger naar kennis en vooral boeken. Zijn bibliotheek is niet alleen een monument van steen, maar vooral van ideeën – een tastbaar symbool van een tijd waarin Leiden vanwege haar relatieve vrijheid van drukpers uitgroeide tot het intellectuele hart van de Republiek.

Johannes Thys werd in 1622 geboren in een welgestelde familie. Al op jonge leeftijd bleek hij een uitzonderlijke student. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Leiden en reisde daarna door Europa om zijn opleiding te voltooien. Deze zogenaamde ‘Grande Tour’ maakten meer welgestelde studenten in die tijd. Tijdens zijn reizen verzamelde hij boeken – honderden, uiteindelijk duizenden. Theologie, recht, geschiedenis, klassieke literatuur: Thys kocht niet lukraak, maar bouwde doelgericht aan een privécollectie die de volle breedte van het toenmalige denken weerspiegelde. Toen Thys in 1653 op slechts 31-jarige leeftijd overleed, liet hij in zijn testament vastleggen dat zijn boeken bijeen moesten blijven in een speciaal te bouwen bibliotheek, toegankelijk voor geleerden. Dat was een vooruitstrevend idee. In een tijd waarin boeken kostbaar waren en kennis vaak besloten bleef binnen universiteiten of kloosters, koos Thys voor openheid. Zijn bibliotheek moest een werkplaats van het vrije woord zijn. Zijn bibliotheek werd de eerste openbare bibliotheek van Nederland.

Die geest van Thys’ openheid sloot naadloos aan bij het klimaat waarin Leiden zich bevond. Sinds de stichting van de Universiteit Leiden in 1575 had de stad zich ontwikkeld tot een toevluchtsoord voor denkers en vernieuwers. De jonge universiteit werd al snel het “Bolwerk van Vrijheid” genoemd, iets dat nog steeds in het blazoen van de universiteit staat. Anders dan in veel andere Europese steden, waar kerkelijke of vorstelijke censuur de toon zette, heerste in de Republiek een relatief tolerant klimaat. Dat betekende niet dat alles mocht, maar de speelruimte voor debat en drukpers was er aanzienlijk groter. In Leiden kon zodoende meer gepubliceerd worden dan elders, ook als de overheid of de gereformeerde kerk het er niet mee eens waren.

Dat vrije klimaat trok in de beginjaren van de Universiteit maar ook in de eerste helft van de 17e eeuw drukkers van formaat aan. Een van hen was Christoffel Plantijn, die zich in 1583 tijdelijk in Leiden vestigde om universiteitsdrukker te worden. Hoewel zijn beroemdste drukkerij in Antwerpen stond, vond zijn werk via vestigingen en samenwerkingen ook zijn weg naar de Leidse academische wereld. Plantijn zetten met zijn internationale netwerk en humanistische ambities de standaard voor wetenschappelijke uitgaven. Drie jaar eerder in 1580 vestigden de Elzeviers zich in Leiden. Zij groeide uit tot dé academische drukkers van hun tijd.

Wat maakte Leiden zo bijzonder? In steden als Parijs, Rome of Madrid werden boeken streng gecontroleerd door staat of kerk. In Leiden daarentegen bood de combinatie van een jonge universiteit, een koopmansrepubliek zonder absolute vorst en een bloeiende internationale handel unieke kansen. Hier konden controversiële theologische traktaten, vernieuwende natuurwetenschappelijke werken en politieke pamfletten relatief ongehinderd verschijnen. Vooral de Elzeviers speelden daar slim op in. Ze drukten compacte, betaalbare edities van klassieke auteurs, maar ook actuele werken die elders moeilijk gepubliceerd konden worden. Hun boeken vonden hun weg naar studenten, geleerden en verzamelaars in heel Europa. Zo werd Leiden een knooppunt van ideeënuitwisseling, waar papier en inkt de dragers waren van intellectuele revolutie.

In dat bruisende ecosysteem kreeg de bibliotheek van Johannes Thys extra betekenis. Zijn collectie weerspiegelde precies die wereld van debat en diversiteit. De planken van de Bibliotheca Thysiana dragen nog altijd de sporen van een tijd waarin kennis geen luxe was, maar een morele opdracht. Thys, Plantijn en de Elzeviers waren geen revolutionairen met wapens, maar met woorden. Samen maakten zij van Leiden een stad waar het boek niet alleen werd gedrukt en verzameld, maar waar je vooral vrij kon spreken over de inhoud van de publicaties.

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram