In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken had, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad. Deze week nummer vijf in het zevenluik over de universiteit Leiden in de 17e eeuw en de toptijd die de universiteit doormaakte. ‘De uni’ groeide in de 17e eeuw uit tot een toonaangevend, baanbrekend en aantrekkelijk instituut voor nationale en internationale studenten en hoogleraren. Een van de bekendste denkers die Leiden voortbracht was jurist Hugo de Groot, ook wel bekend als Grotius. Hij was de grondlegger van het internationaal recht zoals we dat nu nog steeds kennen.

Hugo de Groot op latere leeftijd
Wie vandaag nadenkt over internationaal recht, over regels voor oorlog en vrede of over vrije zeeën, staat onbewust op de schouders van een zeventiende-eeuwse denker: Hugo de Groot, beter bekend onder zijn Latijnse naam Grotius. Zijn leven leest als een roman, met briljante academische successen, politieke intriges, gevangenschap en een legendarische ontsnapping. Maar bovenal was De Groot een man die probeerde orde te scheppen in een chaotische wereld. Zijn werk doet dat eigenlijk nog steeds want hoe actueel zijn de door De Groot bedachte (inter)nationale regels over oorlog en vrede? Bij de conflicten in het Midden-Oosten en in Oekraïne wordt regelmatig het internationaal (oorlogs)recht tevoorschijn gehaald. De Groot was daar de grondlegger van.

Hugo de Groot als student
Als wonderkind kwam Hugo de Groot al op elfjarige leeftijd naar de universiteit van Leiden, destijds een van de intellectuele centra van Europa. Hier dompelde hij zich onder in klassieke literatuur, filosofie, theologie en recht. De humanistische sfeer van de stad, waar geleerdheid en maatschappelijke betrokkenheid hand in hand gingen, vormde De Groots denken blijvend. Hij geloofde dat het recht niet alleen een kwestie was van macht of religie, maar gebaseerd moest zijn op rede en universele principes die voor alle mensen golden.

Slot Loevenstein
Die overtuiging zou hem later wereldberoemd maken. In een tijd waarin oorlogen werden gevoerd uit naam van koningen en geloof, stelde De Groot dat ook staten gebonden waren aan regels. Zijn werk De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) legde de fundamenten van het moderne volkenrecht. Hierin betoogde hij dat zelfs oorlog niet wetteloos mocht zijn en dat er grenzen waren aan geweld. Hij introduceerde het idee dat er een natuurrecht bestond dat boven nationale wetten en religieuze verschillen uitstak – een revolutionaire gedachte in het door conflicten verscheurde Europa van de 17e eeuw.
Ook op zee wilde De Groot regels afdwingen. In Mare Liberum verdedigde hij het principe van de vrije zee: geen enkel land mocht de oceanen opeisen als privébezit. Dit idee was niet alleen filosofisch, maar had directe politieke en economische gevolgen, vooral voor de Nederlandse handelsbelangen. Het laat zien hoe De Groot theorie en praktijk met elkaar verbond en hoe zijn juridische ideeën meebewogen met de opkomst van de Republiek als wereldmacht. Met de vele overzeese gebieden was de Republiek erg afhankelijk van rust en rede op zee.

Prent van de beroemde ontsnapping via een boekenkist van Hugo de Groot uit Slot Loevenstein
Toch bracht zijn scherpe verstand hem ook in problemen. De politieke en religieuze spanningen binnen de Republiek liepen hoog op. De Groot werd onderdeel van het religieuze twist die in Leiden aan het begin van de 17e eeuw was begonnen met de controverse tussen Arminius en Gomarus. Ofwel de rekkelijken en preciezen, ofwel de reformatie en de contrareformatie. Het conflict ging over de predestinatieleer, de voortbestemmingsleer die in de Bijbel te vinden is. Arminius was van mening dat mensen dmv van een persoonlijke band met God en door het doen van goede werken, in de Hemel konden komen. Gormarus meende dat God allang had bepaald wie er toegelaten zouden worden tot de hemel. Goede werken doen maakte in zijn optiek dus niet. Op de achtergrond sudderde er ook een andere vraag: Wat moest de invloed zijn van de overheid op de kerk? Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt kwam hierin lijnrecht tegenover stadhouder Maurits te staan. De Groot koos fanatiek de kant van de Raadspensionaris. Toen die in 1618 werd onthoofd werd De Groot gevangen genomen. In 1619 werd hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en opgesloten in Slot Loevestein. Voor velen zou dit het einde van een carrière hebben betekend, maar niet voor De Groot. Zelfs in gevangenschap bleef hij schrijven en studeren, geholpen door zijn vrouw Maria van Reigersberch, die hem boeken liet aanvoeren in een grote houten kist.

Studievereniging Grotius, genoemd naar Hugo de Groot
Die boekenkist werd het instrument van zijn vrijheid. In 1621 kroop De Groot erin, en terwijl de bewakers dachten dat ze een lading lectuur afvoerden, werd hij ongemerkt het slot uitgedragen. De ontsnapping groeide uit tot een van de beroemdste verhalen uit de Nederlandse geschiedenis. Vanuit ballingschap in Frankrijk zette De Groot zijn werk voort, los van politieke ketenen maar trouw aan zijn idealen. Hugo de Groot stierf in 1645, maar zijn ideeën leven voort. In internationale rechtbanken, in verdragen tussen staten en in discussies over mensenrechten klinkt nog altijd zijn overtuiging door dat recht meer is dan macht alleen. Hij was een denker die geloofde in de rede, zelfs in tijden van oorlog, en die liet zien dat ideeën soms sterker zijn dan muren van steen.
Ook in Leiden leeft De Groot nog voort. De oude faculteit Rechtsgeleerdheid was gevestigd aan de Hugo de Grootstraat. Nu is die gevestigd in het Kamerlingh Onnesgebouw aan het Rapenburg. In deze faculteit is de studievereniging Grotius actief. Er is dus nog steeds een klein stukje van Hugo de Groot in ‘zijn’ faculteit aanwezig.



