In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken had, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad? Deze week zitten we in de eeuw van het Beleg, tijdens de laatste weken van het Beleg in 1574 om precies te zijn. Centraal staat Willem Speelman; Organist en duivenhouden.

Willem Speelman
In een steeds hermetischer gesloten stad was het lastig communiceren met de buitenwereld. In het begin van het Beleg was het brengen of ontvangen van een boodschap van en naar de stad nog best eenvoudig. In de zomer van 1574 werd dat vanwege de Spaanse belegering steeds lastiger. De Spanjaarden controleerden alle toegangswegen en ze lieten niemand meer de stad in en uit gaan. Toen de stad in een (achteraf) cruciale fase terecht kwam, droogde de informatievoorziening op. Informatie, goed of fout, was van levensbelang voor de Leidenaren. Niet alleen werden ze op de hoogte gehouden van de vorderingen van de geuzen en kregen ze opbeurende berichten van Willem van Oranje, tevens was informatie van buiten voor de geïsoleerde Leidenaren goed voor het moraal. Het was een teken van leven van buiten de stad, een teken dat ze niet vergeten werden. Door het ontvangen van informatie van buiten de stad kregen de Leidenaren bovendien weer hoop op een goede afloop en dus wilden de meesten nog wel even op de tanden bijten en de poorten gesloten houden.
Communicatie ging in 1574 uiteraard nog niet via de smartphone, laat staan de TV, de radio, internet of kranten. Het ging via brieven en briefjes die door bodes van en naar Leiden werden gebracht. Vanwege de belegering werd het voor de bodes steeds moeilijker om de stad te bereiken. In september 1574 ging men dan ook over tot een manier van communiceren die wij thans achterhaald en enorm ouderwets zouden noemen, maar die voor die tijd revolutionair en innovatief was namelijk postduiven. De familie Speelman die woonachtig was aan het Rapenburg, bleken over verrassend accurate postduiven te beschikken die vrij nauwkeurig en vrij snel informatie weer de stad in brachten. Deze duiven en de duivenpost werd cruciaal tijdens de laatste weken van het Beleg. Zo cruciaal dat het stadsbestuur overging tot instellen van een verbod op het schieten van duiven. Toen de honger toesloeg was zo’n duivenboutje een heerlijke lunch of tussendoortje natuurlijk, maar het schieten van de gevederde vrienden werd nadrukkelijk door de stad verboden. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat je met het schieten van een duif een cruciale communicatielijn doorbrak.

Het familiewapen van de familie Speelman / Van Duivenbode in de gevel van Rapenburg 94
Vooral tijdens de laatste dagen van het Beleg was duivenpost cruciaal. Geuzenleider Boisot kon via de duiven van Speelman contact houden met de stad. Het belangrijkste bericht dat Boisot naar de stad stuurde kwam alleen te laat aan. Op 2 oktober 1574 verzond Boisot een bericht naar de stad met het verzoek of de Leidenaren die avond een uitval wilden plaatsen naar de Lammenschans, de grootste schans die de Spanjaarden in handen hadden. De geuzen zouden in de avond van 2 oktober via de andere kant de Lammenschans naderen. In die tijd gold ook al dat het vechten op twee fronten lastig was. Als de geuzen via de ene kant en de Leidenaren via de andere kant de schans zouden aanvallen, was de kans op succes het allergrootst. Het bericht dat via de postduiven van Speelman naar Leiden moet worden gebracht kwam echter veel te laat aan. De Leidenaren en de geuzen waren al aan de dankdienst begonnen toen de duiven met het verzoek om een uitval te plaatsen voet op Leidse bodem zette. Leiden was al ontzet!
De familie Speelman werd na het Ontzet van de stad bedankt voor bewezen diensten. Ze kregen een nieuwe adellijke achternaam namelijk Van Duivenbode. Een naam die je nog steeds in Leiden tegenkomt. Daarnaast kregen ze een familiewapen. Dat wapen zit nog steeds ingemetseld in de muur van hun woonhuis aan het Rapenburg nummer 94 te zien. De duiven van de familie Speelman hadden minder geluk. Die werden al snel na het Ontzet opgezet en hebben volgens de overleveringen eeuwenlang op de kamer van de burgemeester gestaan. Tot die kamer inclusief de duiven in 1929 door de beroemde stadhuisbrand werd verwoest.
In 2016 maakte Schooltv.nl een leuke animatie over de postduiven van Speelman en Leidens Ontzet. Het gemaakte item tref je HIER



