
Clusius en Clutius in de in 1593 door hen gestichte Leidse Hortus
In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken had, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad? Deze week zitten we in het op het snijvlak van de 16e en 17e eeuw. In 1593 waren het Clusius en Clutius die een start maakten met de Leidse Kruidentuin achter het voormalige klooster van de Witte Nonnen aan het Rapenburg. Als snel groeide de Hortus Botanicus uit tot een belangrijke faciliteit van de in 1575 gestichte Leidse Universiteit. Clusius en Clutius hadden ‘de wind eronder’. In het eerste decennium van de 17e eeuw groeide de Hortus tot een kruidentuin waarvan de bekendheid de landsgrenzen ver oversteeg. Deze week staan Clusius en Clutius in de column Leidenaar van Toen centraal.
Carolus Clusius, geboren in 1526 te Arras (nu Noord-Frankrijk) en overleden in 1609 te Leiden, wordt wel beschouwd als één van de grondleggers van de moderne botanica in Europa. Clusius arriveerde op 19 oktober 1593 in Leiden om de functie van prefect (directeur) van de botanische tuin van de Universiteit Leiden op zich te nemen. De universiteit had behoefte aan een hortus medicus, een kruidentuin ten behoeve van het geneeskundig onderwijs. Clusius werd aangetrokken vanwege zijn reputatie en internationale contacten. Clusius studeerde in Gent, Leven, Marburg, Wittenberg en Montpellier waar hij zich voornamelijk richtte op geneeskunde en plantkunde. Na zijn studie kwam hij in de Duitse gebieden terecht. Tussen 1573 en 1577 verbleef Clusius in wenen waar hij hofarts was van keizer Maximiliaan II. Via Frankfurt kwam hij in 1593 in Leiden terecht. In die periode was Leiden al een centrum van wetenschap geworden, maar de plantkunde stond nog in de kinderschoenen. Clusius bracht ervaring mee uit Wenen, Spanje en Portugal en had reeds talrijke plantensoorten verzameld. De tulp zat daar waarschijnlijk al bij.

De Clusiustuin in de Hortus, het oudste deel van de Leidse kruidentuin
In 1587, ruim 10 jaar na de stichting van de Leidse Universiteit werd de stad om een plek verzocht waar een kruidentuin kon worden gestart. In 1590 werd deze plek gevonden achter het voormalige klooster van de Witte Nonnen; het huidige Academiegebouw. Hoewel de kruidentuin daadwerkelijk in 1590 werd gesticht, lag onder Clusius’ leiding in 1594 de kern van de aanleg. Zijn eerste stap was het samenbrengen van bollen, knollen en zaden. in 1592 stuurde hij zaden, bollen en knollen van 268 soorten alvast vooruit. Cluyt, de Delftse apotheker en voormalig hofarts van Willem van Oranje, werd in 1594 aangesteld als hortulanus onder de voorwaarde dat hij zijn volledige plantenverzameling uit Delft naar Leiden zou overbrengen. Dat deed Cluyt die ook bekend is onder zijn Latijnse naam Clutius. De Hortus werd vormgegeven als een klassieke renaissancetuin: verdeeld in vier kwadranten met rechthoekige bedden rond een centraal paviljoen. Een belangrijk aspect van Clusius’ werk was de uitwisseling van plantenmateriaal met collega’s in Europa; hij correspondeerde met botanici en verzamelaars in tal van landen. Via handelscontacten van onder meer de VOC kwamen er ook de nodige planten en zaden van heinde en verre naar Leiden

Carolus Clusius
Clusius is naast zijn rol in de beginfase van de Hortus om iets heel anders bekend geworden. We hebben de tulp aan Clusius te danken. Dankzij hem is de tulp uitgewaaierd in de streek rondom Leiden die dan ook, niet heel gek, de Bollenstreek heet. Clusius geldt als één van de eerste pioniers die de tulp in de Nederlanden cultiveerde. Onder zijn bewind bloeiden in Leiden tulpen, waaronder vroege exemplaren van wat later de “Lady Tulip” (Tulipa clusiana) zou heten. Een tulp genoemd naar Clusius zelf. Volgens overleveringen bloeiden de eerste tulpen in 1594 in de Leidse hortus. Clusius deed meer dan alleen kweken: hij was alert op bijzondere verschijnselen zoals ‘broken’ tulips — tulpen met gevlamde of gestreepte kleuren — die hij correct linkte aan externe factoren die later bekend kwamen te staan als een virussen. Zijn introductie van de tulp (en andere bolgewassen) had veeleer wetenschappelijke dan speculatieve motieven — het ging om botanische diversiteit, cultuurgeschiedenis en de verspreiding van exotische soorten. Toch zou het werk van Clusius onbedoeld de basis leggen voor het latere fenomeen van de ‘tulpenmanie’ in Nederland. De tulp is immers een van onze nationale symbolen geworden.
Clusius kon het tot wasddom laten komen van de Hortus niet alleen. Op de achtergrond werkte Clutius mee. Dirck Outgaertz Cluyt (geboren 1546) was apotheker en verzamelaar in Delft. Toen Clusius zijn tuin in Leiden wilde stevig opzetten, werd Cluyt aangetrokken. Hij was verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering, de plantenverzameling, inventarisatie en het onderhouden van de tuin. Omdat Cluyt zijn eigen verzameling meebracht, combineerde hij persoonlijke passie met de wetenschap van Clusius. Zijn aandeel is essentieel gebleken. Zonder de praktische uitvoering door Cluyt was de Hortus wellicht minder snel tot stand gekomen.

De poort die toegang geeft tot de Hortus Botanicus
Ook na de dood van Clusius en Clutius bleef de Hortus bestaan. De combinatie van Clusius’ internationale vakkennis en Cluyt’s praktische uitvoering resulteerde in een tuin die niet alleen lokaal, maar internationaal impact had. En heeft! De Hortus Botanicus in Leiden werd
een centrum van plantkundige studie. In de 18e eeuw had ook de beroemde Leidse Hoogleraar Heman Boerhaave een belangrijke rol in de Hortus. Clusius’ nalatenschap is breed: van de verspreiding van de aardappel tot de creatie van sierplanten, maar bovenal is hij geestelijk vader van de Hortus. Bovendien introduceerde hij de tulp in Nederland, tot op de dag van vandaag een van de nationale symbolen. Voor Leiden betekent zijn werk meer dan een historisch hoofdstuk: de Hortus is tot op de dag van vandaag een levend monument — de “Clusiustuin” binnen de Hortus is een reconstructie van de oorspronkelijke aanleg, bedoeld om de bezoeker terug te brengen naar het moment van ontstaan. Een bezoek aan dit binnenstedelijke juweeltje kan ik u van harte aanbevelen.



