In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken heeft gehad, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad en haar geschiedenis? Deze week zitten we in de eeuw van het Ontzet van Leiden; de 16e eeuw. In 1574 tijdens het Beleg om precies te zijn. Op 10 september 1574 vertrekt de geuzenvloot in de richting van Leiden. Heel veel land is echter nog niet onder water gelopen. De geuzen zijn afhankelijk van bestaande vaarwegen. De vloot staat onder Leiding van Louis de Boisot, of Lodewijk van Boisot in het Nederlands. Het zou een barre tocht worden dwars door het Zuiderkwartier heen.
In augustus 1574, vlak voordat Willem van Oranje ernstig ziek werd, verzocht Willem van Oranje admiraal Louis de Boisot een vloot samen te stellen die naar Leiden moest optrekken om de stad te ontzetten uit haar benarde situatie. Louis de Boisot werd waarschijnlijk in 1530 in Brussel geboren. Hij kwam uit een zuidelijk adellijk geslacht. Hij was onder meer heer van Ruwart. Ruwart kennen we tegenwoordig beter als het Belgische plaatsje Nijvel in de provincie Waals-Brabant zo’n 40 kilometer ten zuiden van Brussel. In 1566 was Boisot een van de edelmannen die zich aansloot bij het Verbond van Edelen, het samenwerkingsverband van edelmannen om een vuist te maken tegen het Spaanse gezag in Brussel en om een einde te maken aan het vervolgen van zogenaamde ketters in het bijzonder. Vanaf dat moment is Boisot loyaal aan Willem van Oranje en zijn Opstand.
Na de komst van Alva naar de Nederlanden in 1567 nam Boisot de wijk naar het buitenland. Hij verbleef zoals heel veel vluchtelingen in de Duitse gebieden onder meer in Emden. Hij zat zelfs even gevangen in een Franse cel maar daar wist hij in 1573 uit te vluchten. Via Engeland sloot hij zich aan bij de geuzen. Hij nam aan de nodige zeeslagen deel waaronder de Slag op de Haarlemmersmeer (1573), de Slag bij de Antwerpse vesting Lillo (mei 1574), de Slag bij Fort Rammekens (aug ’73) en de Slag bij Reimerswaal (jan 74) waar Boisot een oog verloor. Met al deze zeeslagen als ervaring steeg Boisot steeds verder in de pikorde. Op 4 maart 1574 benoemde Willem van Oranje hem tot luitenant-admiraal van Holland, West-Friesland en Zeeland. Op 10 september 1574 vertrok Boisot met zijn geuzenvloot in de richting van Leiden. Dat ging allesbehalve vlekkeloos. Ondanks alle ontberingen werd Boisot ‘de held van Leiden’: hij kwam met zijn vloot op 3 oktober 1574 de stad binnen met haring en wittebrood.
Heel lang heeft Boisot niet kunnen genieten van zijn gekregen ‘geuzentitel’. De Opstand ging verder. In 1576 deden de Spanjaarden een nieuwe poging om het strategisch gelegen Zeeland te heroveren op de geuzen. Zierikzee werd daarbij ingenomen door de Spanjaarden. In een poging Zierikzee te ontzetten, sneuvelde Louis de Boisot. Het schip waarop hij voer kwam bij Borrendamme, een dorp dat in 1532 tijdens de Allerheiligenvloed onder het water was verdwenen, vast te liggen waarbij Boisot en zijn bemanning een soort schietschijf werden voor de Spanjaarden. Toen er geen houden meer aan was, sprong Boisot overboord hopend al zwemmend zijn leven te kunnen redden. Dat lukte niet. Samen met veel andere soldaten verdronk Boisot. Hij werd begraven in de abdijkerk in Middelburg.
Bron afbeelding: Portret van Louis de Boisot, Cornelis Visscher (II), 1649 – Collectie Rijksmuseum objectnummer RP-P-OB-27.409



