In de wekelijkse column Leidenaar van Toen wordt een historische Leidenaar of een historisch figuur die iets met de Leidse geschiedenis te maken had, uitgelicht. Wie waren de personen die het verloop van de Leidse geschiedenis bepaald hebben? Waar liggen hun sporen in Leiden en wat hadden ze precies te maken met de stad? Deze week aandacht voor Willebrord Snel van Royen, beter bekend onder zijn Latijnse naam Snellius. Toen de Roepstoel en de bij de Roepstoel aanwezige Rijnlandse Roede en Rijnlandse Voet nog echt dienst deden, legde Snellius de basis voor de moderne natuurkunde, wiskunde en geodesie, ofwel de wetenschap van het meten van de aarde.

Portret van Willebrordus Snellius
In de Gouden Eeuw (de 17e eeuw) was Leiden een broedplaats van ideeën, experimenten en grensverleggende ontdekkingen. Aan de Leidse universiteit gold een grotere wetenschappelijke vrijheid dan elders in Europa het geval was. Niet voor niets staat ‘bolwerk van vrijheid’ in het blazoen van de in 1575 gestichte universiteit. Dat kwam in de 17e eeuw tot volledige wasdom. Te midden van deze intellectuele bloei schitterde één van de grootste wetenschappers die Leiden ooit heeft voortgebracht. Willebrord Snel van Royen, beter bekend als Willebrord Snellius, geboren in Leiden op 13 juni 1580 en zijn hele leven met de stad verbonden, legde in de 17e eeuw het fundament voor de moderne natuurkunde, geodesie en wiskunde.
Snellius kwam uit een geleerd gezin met opvallen weinig. Zijn vader, Rudolph Snel van Royen, en zijn moeder Machteld Cornelisdochter kregen slechts drie kinderen waarvan alleen Willebrord de kinderjaren overleefde. In die tijd was sterfte onder baby’s en kinderen veel meer een gewoongoed dan nu het geval is. Rudolph was een man van aanzien. Hij werd in 1601 hoogleraar wiskunde aan de Universiteit Leiden. Saillant detail is dat moeder Machteld afkomstig was uit een goede familie uit Oudewater, de plek die in 1575 na het Ontzet van Leiden door de Spanjaarden werd belegerd. Oudewater werd ingenomen door de Spanjaarden die er vreselijk huishielden onder de bevolking. Tot op de dag van vandaag staat de inname van Oudewater bekend als de Oudewaterse moord. Moeder Machteld was een van de weinigen die het bloedbad overleefde.
Interesse in wetenschap en in wiskunde in het bijzonder kreeg Willebrord Snellius met de paplepel ingegoten. Zijn eerste vormen van onderwijs kreeg hij thuis. Astronomie had eveneens zijn bijzondere interesse. Ondanks dat hij aanvankelijk rechten studeerde, trok de wiskunde hem sterker aan. Zo begon hij al op jonge leeftijd colleges te geven over klassieke werken zoals de Almagest van Ptolemaeus. Rond 1600 maakte Snellius net als heel veel jonge, rijke studenten in die tijd een zogenaamde ‘Grand Tour’: een uitgebreide studiereis door Europa. Tijdens deze reis werkte hij onder andere samen met toonaangevende wetenschappers zoals de Deense astronoom Tycho Brahe (1546 – 1601) in Praag. Deze internationale ervaring verfijnde zijn analytische vaardigheden en inspireerde hem tot latere ontdekkingen.

Kwadrant van Snellius Afbeelding: Rijksmuseum Boerhaave, Leiden
Eenmaal terug in Leiden begon de wetenschappelijke carrière van Snellius. In 1613 werd hij benoemd als hoogleraar in de Wiskunde aan de Leidse universiteit. Snellius’ naam leeft voort door twee baanbrekende bijdragen. Als eerste de Snellius’ wet ofwel de wet van breking van licht. De door Snellius bedachte formule beschrijft hoe lichtstralen van richting veranderen bij het overgaan van het ene medium naar het andere. Deze Snelliuswet — tegenwoordig een fundament in optica — verbindt de hoek waaronder een lichtstraal invalt met de hoek waaronder deze breekt, afhankelijk van de optische dichtheid van de materialen. Hoewel soortgelijke ideeën al eerder door andere geleerden werden beschreven, was Snellius degene die de relatie systematisch mathematisch formuleerde. De wet van Snellius is van enorme praktische waarde: zonder haar zouden we geen brillen, microscopen, telescopen of moderne optische technologieën hebben.
Zijn tweede baanbrekende bijdrage aan de wetenschap lag op het gebied van de geodesie ofwel landmeetkunde. Snellius hij paste het principe van triangulatie ofwel driehoeksmeting toe om delen van de aardomtrek te berekenen. In zijn werk Eratosthenes Batavus (1617) beschreef hij hoe hij met behulp van een netwerk van meetpunten tussen Nederlandse steden — waaronder ook kerktoren en stedelijke fortificaties — nauwkeurige hoekmetingen verrichtte. Door deze hoekmetingen systematisch te gebruiken, kon hij de afstand over één graad van breedtegraad op aarde benaderen en zo een impressie krijgen van de totale omtrek van de planeet. Zijn berekening kwam verrassend dicht bij de werkelijke waarde (net iets meer dan 40.000 km), een prestatie die hem tot een pionier in de wetenschap van aardmetingen maakte.
Snellius leeft nog steeds voort in Leiden. Op de Douzastraat is een plaquette zichtbaar die aangeeft dat hier Willebrord Snel van Royen heeft gewoond en werkte rond 1615. Ook de Leidse universiteit houdt Snellius nog steeds in ere. Aan de Niels Bohrweg op het Biosciencepark is het Snellius-gebouw te vinden. Dit gebouw vormt de faculteit van o.m. de studies wiskunde en informatica. Snellius stierf in 1626 in zijn geboortestad en werd begraven in de Pieterskerk in Leiden. Zijn grafsteen is nog steeds te bezoeken. In museum Boerhave is het astronomisch kwadrant van Snellius te vinden. Een replica is te vinden in het Snellius-gebouw. Met dit astronomisch kwadrant berekende Snellius de geografische breedte tussen Bergen op Zoom en Alkmaar.

De Rijnlandse roede en Rijnlandse voet bij de Roepstoel in de Breestraat.
Deze week staat de Roepstoel aan de Breestraat centraal in de column Plaatsen van Herinnering. Bij de Roepstoel is in de muur van het Stadhuis een lange lijn gekerfd met aan beide uiteinden een zwart gietijzeren pin. De lijn die tussen de pinnen te zien is de Rijnlandse roede, ongeveer 3 meter en 77 centimeter. Wie goe goed kijkt ziet dat de lijn in 12 gelijke delen is verdeeld. 1/12 van de Rijnlandse roede staat gelijk aan een Rijnlandse voet. Ongeveer 31,4 centimeter. In de tijd dat Snellius met landmeetkunde bezig was en zijn baanbrekende ontdekkingen deed, waren dit de standaard lengtematen die golden in de Republiek. De bron van Snellius’ ontdekkingen is dus nog steeds te vinden in de Stadhuisgevel aan de Breestraat.
===
Literatuur:
- Van Albinusdreef tot Zeemanlaan – een wetenschappelijke wandeling langs Leidse straten, gebouwen, musea en instituten – Jos van den Broek (2005)
- Groepsportret met Dame I Het bolwerk van vrijheid; De Leidse universiteit 1575-1672 – Willem Otterspeer (2000)
- Snellius van Royen 1609-1626. In; Leidse hoogleraren wiskunde (pp. 16-18) – Gerrit van Dijk (2011)



