De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week het laatste deel van het zevenluik over wetenschap en het Leidse stadsbeeld. Dit keer staan de Leidse vrijdenkers centraal. In de 17e eeuw was er aan de Universiteit sprake van een hoge mate van vrijheid in denken en doen. Er was geen dominante kerk of een vorst die over de schouder meekeek en censuur toepaste omdat de boodschap hen niet zinde. Dat leverde een bijzonder wetenschappelijk klimaat op.
–door Joost Bleijie
In de zeventiende eeuw stond de Republiek der Nederlanden bekend als een toevluchtsoord voor vrijdenkers met de meest uiteenlopende ideeën. Nergens was dat duidelijker zichtbaar dan aan de Universiteit Leiden. Terwijl in veel Europese landen strenge censuur heerste, ontwikkelde Leiden zich tot een plek waar wetenschappers vrij konden denken, discussiëren en publiceren. Deze intellectuele openheid maakte de Universiteit tot een broedplaats van nieuwe ideeën. Het maakte de Universiteit tot een ‘Bolwerk van Vrijheid’. Drukkers, geleerden en studenten profiteerden van een vrij klimaat waarin nieuwe ideeën niet meteen verboden werden.
Een van de bekendste geleerden in Leiden was Daniel Heinsius (1580 – 1655). Hij was een invloedrijke humanist, dichter en hoogleraar. Heinsius, die in de leer ging bij Scaliger en van wie Jan van der Does de patroon was, stond bekend om zijn klassieke geleerdheid en zijn vermogen om nieuwe inzichten te verbinden met de tradities van de Oudheid. Zijn werk laat zien hoe vrij het intellectuele klimaat in Leiden kon zijn. Heinsius schreef niet alleen academische studies, maar mengde zich ook in religieuze en politieke discussies van zijn tijd. Dat hij zulke teksten kon publiceren en verspreiden, onderstreept hoe de Universiteit ruimte bood aan scherpe en soms controversiële ideeën. Nog duidelijker wordt de Leidse vrijdenkerscultuur in het werk van Pieter de la Court (1618-1685). Deze Leidse lakenhandelaar en politieke denker schreef in de tweede helft van de zeventiende eeuw invloedrijke traktaten over republikeinse politiek en economische vrijheid. In zijn boeken bekritiseerde De la Court openlijk erfelijke macht en pleitte hij voor een bestuur waarin burgers een grotere rol speelden. Zijn ideeën waren radicaal voor die tijd, maar vonden toch hun weg naar het publiek via de relatief vrije Leidse drukpers.
De combinatie van academische vrijheid, een bloeiende drukpers en internationale studenten maakte Leiden tot een intellectueel knooppunt. Geleerden uit heel Europa kwamen naar de stad om te studeren of te publiceren. Die open sfeer betekende niet dat alles kon, maar wel dat nieuwe ideeën vaker een kans kregen. Leiden werd het Bolwerk van Vrijheid, iets dat nog steeds op het wapen van de Universiteit staat: Praesidium Academia Lugduno Batava Libertatis. Het Bolwerk van Vrijheid!



