De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week zitten we in de 16e eeuw. In september 1574 om precies te zijn. Plaats van Herinnering: Stadhuis Leiden – De stemming
-door Joost Bleijie-
Iets waar geen rekening mee gehouden werd is thans helaas weer actueel: nucleaire dreiging. Vooral uit Rusland komt regelmatig dreigende taal over het inzetten van kernwapens in het conflict met Oekraïne. De gedachten van veel 70+’ers gaan dan terug naar oktober 1962 toen de toekomst van de wereld en dus van de mensheid aan een zijden draadje hing. De Cubacrisis is het moment dat de wereld het dichts bij een nucleair conflict tussen oost en west is geweest. De crisis boezemt nog steeds de nodige angst in. Tijdens het Beleg van Leiden in 1574 is er ook een moment geweest dat de toekomst van de stad aan een zijden draadje hing. Het had weinig gescheeld of we hadden geen Leidens Ontzet en dus geen 3 oktoberviering gehad. De slimme staatssecretaris Jan van Hout wist een ramp echter te voorkomen.

Aan het begin van de septembermaand in 1574 waren er niet alleen grote tekorten in de belegerde stad en leed het overgrote deel van de Leidenaren gigantische honger, tevens kwamen er steeds vaker Spaanse trompetters bij de stadsmuur die vredes- en overgavevoorstellen meedroegen. De Spanjaarden wilden graag met de Leidenaren onderhandelen over een overgave en inname van de stad. Uiteraard beloofden ze daarbij zo vreedzaam mogelijk te werk te gaan. De inname van Haarlem, Naarden en Zutphen had echter laten zien dat het woord vreedzaam niet in het vocabulaire van de Spanjaarden voor kwam. De innames van deze steden eindigden in een bloedbad. Vanwege de sterk verslechterde situatie in de stad en vanwege de tekorten aan levensmiddelen, waren de Leidse stadsbestuurders vatbaar voor de Spaanse voorstellen. Burgemeester van der Werf, die in deze tijd ook zijn lichaam zou hebben aangeboden aan de bevolking (afb), was een van de bestuurders die met de Spanjaarden wilden onderhandelen.
Vermoedelijk op 8 september zou het stadbestuur gaan stemmen over al dan niet onderhandelen. Er tekende zich hier een meerderheid voor af. Staatssecretaris Jan van Hout en ook Jan van der Does waren mordicus tegen. Van Hout bedacht een list om de stemming te beïnvloeden. Hij stelde een hoofdelijke stemming voor. Hierdoor moesten alle stadbestuurders één-voor-éen hardop stemmen. Van Hout zou het stemgedrag vastleggen in de notulen zodat men achteraf, als het fout was gegaan, kon aangeven wie verantwoordelijk was geweest. Veel stadsbestuurders durfden niet hardop voor onderhandelen te stemmen. Het voorstel werd dan ook, door een handigheidje van Van Hout, verworpen. De poorten bleven dicht. Gelukkig maar, want drie weken later werd Leiden Ontzet!



