De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week zitten we in de Hollandse Gouden Eeuw (de 17e eeuw). Een trappetje en een verhoging zonder deur aan de gevel van het Stadhuis staat centraal: de Roepstoel.

De Roepstoel aan de stadhuisgevel in de Breestraat
Aan de eeuwenoude Breestraatgevel van het stadhuis van Leiden bevindt een trappetje dat toegang geeft tot een verhoging waar een hekje omheen staat, maar waar geen deur zichtbaar is. Ogenschijnlijk leidt het trappetje de argeloze beklimmer ervan tot niets. Nou ja, dat ook weer niet. Het leidt tot de zogenaamde Roepstoel. In de Gouden Eeuw was dit de plek waar het laatste nieuws en belangrijke mededelingen aan de bevolking werden ‘afgeroepen’. In een tijd zonder kranten, televisie en internet, was de Roepstoel een essentieel communicatiemiddel voor het stadsbestuur om nieuwe verordeningen, waarschuwingen of belangrijke gebeurtenissen bekend te maken. En straffen van misdadigers werden er afgeroepen. Die dieven stonden op de Blauwe Steen en na het horen van het vonnis werden ze door de steeg met de toepasselijke naam Diefsteeg naar ’t Gerecht geleid.
Als er wat te melden was, luidde de klok en kwamen de Leidenaren naar de Roepstoel. Om drukte te voorkomen was slechts één persoon uit elke familie welkom om te luisteren naar wat er geroepen werd. De roepstoel was in Leiden tot het einde van de achttiende eeuw een levendig middelpunt van openbare communicatie. Dat kwam ook omdat heel veel Leidenaren niet konden lezen. Toen in de loop van de 18e eeuw de ongeletterdheid in Leiden afnam en kranten in steeds groetere oplagen verschenen, verloor de roepstoel zijn functie. Dat gold ook voor de diepe lijn die er in de stadsmuur bij de Roepstoel gekerfd is. Tussen twee metalen punten die uit de muur steken zijn twee standaard maten uit vervlogen tijden aangebracht: de Rijnlandse voet en een Rijnlandse roede. Bij twijfel konden handelaren, ambachtslieden en burgers naar de Roepstoel in de Breestraat gaan om te bezien of de lengte juist was. Zodoende hanteerde iedereen dezelfde maat.

De lijn of nerf in de stadhuismuur: het is de Rijnlandse roede en 12 Rijnlandse voeten.
De Rijnlandse roede was een oude lengtemaat die veel gebruikt werd in het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Eén Rijnlandse roede komt overeen met ongeveer 3,767 meter en is onderverdeeld in 12 Rijnlandse voeten, waarbij een voet ongeveer 31,4 centimeter is. Deze lengtemaat kreeg in de periode rond de Franse tijd (eind achttiende–begin negentiende eeuw) zelfs korte tijd officiële status als standaardmaat voor het hele Koninkrijk Holland, voordat het metrieke stelsel definitief werd ingevoerd in 1816. Tegenwoordig gaat niemand meer naar de roepstoel om de lengtemaat van iets te controleren. De Roepstoel en de Rijnlandse Roede en Rijnlandse zijn overblijfselen uit een tijd waarin publieke informatie letterlijk van mond tot mond ging.



