De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week zitten we in de 16e eeuw, de eeuw van het Beleg en Ontzet van Leiden. Plaats van Herinnering: De Oude Delft in Delft – De tocht van de geuzen.
-door Joost Bleijie-

Louis de Boisot
Het zal een drukte van jewelste geweest zijn op 7, 8 en 9 september 1574 in Rotterdam en in Delft. Honderden bootjes lagen er in beide steden aangemeerd die werden bevoorraad en werden voorzien van wapens en kanonnen. Op verzoek van Willem van Oranje maakte de aangestelde vlootaanvoerder Louis de Boisot de vloot waarmee hij naar Leiden wilde varen en de stad wilde ontzetten gereed. Een maand eerder waren er op bevel van Willem van Oranje grote gaten gemaakt in de dijken van onder meer de Maas en de Hollandse IJssel. Het was wachten op slecht weer zodat de polders tot aan Leiden onderwater zouden lopen en er een ‘waterwerk’ ontstond om Leiden te kunnen bereiken.

De Noord-Aa op de grens van Zoetermeer en Zoeterwoude
Op 10 september vertrok de geuzenvloot. Een dag later kwamen ze aan bij de Landscheiding, de scheiding tussen de Hoogheemraadschappen van Delfland en Rijnland. Het nemen van deze Landscheiding was nog niet zo eenvoudig. Het Rijnland lag (en ligt) hoger dan het Delfland en dus moest de vloot als het ware een drempel over. Eenmaal over de Landscheiding heen kreeg de vloot te maken met een volgend probleem: Het water was nog lang niet hoog genoeg gestegen om de stad te bereiken. Was dat wel het geval dan was het water niet diep genoeg. Bovendien konden de geuzen niet zien welke obstakels er zich onder water bevonden. De vloot liep dan ook regelmatig vast op een heg, hek of bouwwerk dat onder water verdwenen was. Omdat er na de Landscheiding te weinig water was, ging de tocht noodgedwongen in oostelijke richting naar Soetermeer. Daar werden de Groeneweg en de Voorweg genomen en doorgestoken waarna er werd doorgevaren in de richting van Benthuizen. Vanwege de aanwezigheid van Spaanse soldaten in het gebied en vanwege het feit dat het water in de polders nog nauwelijks was gestegen, moesten de geuzen een soort lus om het huidige Zoetermeer heen maken. Bij Benthuizen hielden de geuzen lang halt. Ze konden simpelweg niet doorvaren naar het noorden. Bovendien hadden ze er met zware tegenstand van de Spanjaarden te maken.

Het Papenmeer vlak naast afslag 6a van de A4
Toen de mogelijkheid zich aandiende ging de geuzenvloot verder noordwaarts met de Noord-Aa in Zoeterwoude als tijdelijk eindpunt. Ook hier moesten de geuzen halthouden omdat er te weinig water was om door te varen. Bovendien waren ook hier Spanjaarden actief. Het maakte de voor anker liggende geuzenvloot kwetsbaar. Na de Noord-Aa ging de tocht verder via Zoeterwoude en de ondergelopen Zwet- en Westeinderpolder naar het Papemeer, een meertje dat er nog steeds onder het talud van afslag 6a van de A4 is. Bij de windmolens. Vandaaruit werd een poging gedaan om de Lammenschans te beschieten. Wat niet lukte overigens. De geuzen bleven eind september op het Papemeer liggen. Met hoopte en bad voor slecht weer. Noodweer het liefst.
===
Literatuur
– Opstand! De geuzen in de Lage Landen 1565-1578 – Pieter Serrien (2022)
– Korte kroniek van Leiden en Omstreken: oktober 1573 – oktober 1574 – in: Leids Jaarboekje 1974 – Ingrid W.L. Moerman (1974)



