Doelensteeg – Eva van Hoogeveenshofje (#3 Hofjesdrieluik)

Doelensteeg – Eva van Hoogeveenshofje (#3 Hofjesdrieluik)

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week het derde en laatste deel in het drieluik over de Leidse Hofjes. Dit keer staan de preuven, de vormen van liefdadigheid die de bewoners van de hofjes kregen centraal. Die preuven konden heel erg ver gaan zo zien we bij het Eva van Hoogeveenshofje aan de Doelensteeg. 

door Joost Bleijie 

Wie vandaag de stilte van een Leids hofje binnenstapt, ziet vooral rust en beslotenheid. Maar achter die kalme gevels ging eeuwenlang een zorgvuldig georganiseerd systeem van zorg schuil. Een belangrijk onderdeel daarvan waren de zogenoemde preuven: vaste uitdelingen in geld, voedsel of goederen aan de bewoners. Deze preuven maakten het wonen in een hofje niet alleen mogelijk, maar gaven ook concreet vorm aan de liefdadigheid die de stichters voor ogen stond. Het Eva van Hoogeveenshofje vormt een mooi voorbeeld van hoe zulke preuven in de praktijk werkten. 

Preuven waren geen vrijblijvende giften. Ze waren nauwkeurig vastgelegd in de stichtingsakten of testamenten van hofjes. Daarin stond precies omschreven wat de bewoners jaarlijks of wekelijks ontvingen: bijvoorbeeld brood, turf, bier, geld of kleding. Bier? Ja, bier want dat was in die tijd een stuk gezonder dan grachtenwater. In een tijd zonder sociale zekerheid waren deze vaste bijdragen van groot belang. Ze boden bestaanszekerheid aan oudere of arme vrouwen die niet langer in hun eigen onderhoud konden voorzien. Tegelijk waren preuven ook een middel om orde en gehoorzaamheid te bevorderen. Wie zich niet aan de regels hield, kon zijn preuven verliezen of kon zelfs verkassen. 

Het Eva van Hoogeveenshofje, gesticht in de zeventiende eeuw, was bedoeld voor arme vrouwen van goede naam en faam. Zoals bij veel Leidse hofjes was de zorg voor de bewoonsters niet beperkt tot huisvesting alleen. Uit archiefstukken blijkt dat zij recht hadden op verschillende preuven, waaronder een jaarlijkse uitdeling van kleding. Een bijzonder element daarvan was het kerstgeschenk: overhemden die rond de feestdagen werden uitgereikt. Deze overhemden waren niet zomaar een extraatje, maar waren bedoeld voor aan het kerstdiner. Eva van Hoogeveen vond dat de bewoners van ‘haar’ hofje niet met vieze of afgetrapte kleren aan het kerstdiner konden zitten. De regenten van het Eva van Hoogeveenhofje zagen erop toe dat deze preuven volgens afspraak werden verstrekt. Daarmee fungeerden preuven als een tastbare verbinding tussen het testament van de stichter en het dagelijks leven van de bewoners. 

Preuven laten zien dat Leidse hofjes geen vrijblijvende liefdadigheid waren, maar zorgvuldig gereguleerde instellingen. In kleine rituelen, zoals de jaarlijkse kerstuitdeling van overhemden, werd het ideaal van zorg en gemeenschapszin telkens opnieuw bevestigd. Zo vertellen deze ogenschijnlijk eenvoudige gebruiksvoorwerpen een groter verhaal over armoede en een vroegmodern sociaal vangnet.  

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram