Het Papemeer in Zoeterwoude – Hollands noodweer

Het Papemeer in Zoeterwoude – Hollands noodweer

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week zitten we in de 16e eeuw, de eeuw van het Beleg en Ontzet van Leiden. Plaats van Herinnering: Het Papemeer – Hollands Noodweer  

-door Joost Bleijie- 

Na lang aandringen van Willem van Oranje namen de Staten van Holland op 31 juli 1574 het besluit dat de dijken van de Maas en de Hollandse IJssel doorgestoken zouden worden en dat de sluizen bij onder meer Maassluis zouden worden opgezet. Alles met als doel om het Zuiderkwartier boven de Maas onder water te zetten om zodoende een weg over het water te creëren waarover de Geuzen naar Leiden konden varen. Op 8 augustus 1574 keek Willem van Oranje zelf toe hoe er daadwerkelijk een aantal gaten in de dijken van de Hollandse IJssel werd gemaakt. Dat deed hij op een ongetwijfeld mooie en warme augustusdag. De kans dat het achterland bij dit zonnige weer onder water zou komen te staan was nagenoeg nul.  

Het doorsteken van de dijken had tot half september nauwelijks effect. Het land was wellicht wat drassiger dan normaal maar van een vaarweg was nog allerminst sprake. Toen de geuzen aan hun tocht naar Leiden begonnen, waren ze vooral aangewezen op bestaande vaarwegen. Om echt een waterweg te krijgen waarover de geuzenvloot naar Leiden kon varen, waren naast Hollands noodweer ook bijzondere weersomstandigheden nodig die in de Nederlanden slechts zelden voorkwamen. Allereerst moest er sprake zijn van springtij. Springtij is een periode waarin de zee extreem hoog is bij vloed en extreem laag bij eb. Dit gebeurt wanneer de zon, de maan en de aarde op één lijn staan, waardoor de zwaartekracht van zon en maan de aantrekkingskracht op het water versterkt. Springtij treedt eens in de 15 dagen op. 

Naast springtij moest er ook sprake zijn van een zuidwesterstorm. Door de hoge windkracht zou het hoge water (vanwege springtij) vanaf de Noordzee in grote hoeveelheden de Maas in worden ‘geduwd’. Grote hoeveelheden water zouden dan in een hoog tempo door de gemaakte gaten in de dijken het achterland instromen. Alleen dan zou het water ook de ‘drempel’ kunnen nemen die tussen het Hoogheemraadschap Rijnland en die van Delf- en Schieland zit. Het Rijnland lag (en ligt) hoger. Eind september, toen de geuzen op het Papemeer voor anker lagen, betrok de lucht, stak er een storm op en was er ook nog eens sprake van springtij. In een hoog tempo gebeurde waarvoor heel had gebeden was: het land, inclusief het gebied rondom Leiden, liep snel onder water. De geuzen maakten zicht gereed om de laatste horde, de Lammenschans, te nemen waarna een vrije doortocht naar Leiden in het verschiet lag.  

 

 

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram