Hortus Botanicus – Een kruidentuin in hartje Leiden

Hortus Botanicus – Een kruidentuin in hartje Leiden

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week zitten we in de 17e eeuw, de Hollandse Gouden Eeuw. Plaats van Herinnering is de Hortus Botanicus.

De Clusiustuin in de Hortus, het oudste deel van de Botanische tuin

Wie onder de poort doorloopt komt in een oase van rust terecht. In de Hortus Botanicus, gelegen achter de Leidse Academie is het rustig, stil en groen. Dat is niet zo gek wanneer bedacht wordt dat dit stukje Leidse grondgebied in een ver verleden bij een klooster hoorde. Dat klooster was echter in de aanloop naar het Beleg van Leiden in 1573/4 leeg komen te staan. Toen Leiden in 1575 als dank voor haar standvastigheid tijdens het Beleg een Universiteit kreeg, kwam er steeds meer vraag naar ondersteunende instellingen waar wetenschappelijk onderzoek gedaan kon worden. Het Anatomisch Theater waar zowel in dode dieren als lijken werd gesneden is hier een voorbeeld beeld. Dat geldt ook voor de Hortus Botanicus, een botanische tuin waar planten, bloemen en kruiden konden worden bestudeerd.

In 1587, ruim 10 jaar na de stichting van de Leidse Universiteit werd de stad om een plek verzocht waar een kruidentuin kon worden gestart. In 1590 werd deze plek gevonden achter het voormalige klooster van de Witte Nonnen; het huidige Academiegebouw. In 1594 werd de in Frankfurt gevestigde hoogleraar Carolus Clusius gevraagd om in Leiden een kruidentuin te starten. Clusius ging in op dit verzoek en werd hiermee de eerste Prefect van de Hortus. De Delftse apotheker en hofarts van Willem van Oranje Dirck Outgaertsz. Cluyt werd verzocht om samen met Clusius de hortus verder te helpen. Clusius en Clutius, de Latijnse naam van Cluyt, gingen ijverig aan de slag. Al in 1594 verschijnt er van de hand van Clutius het Index Stirpum ofwel een plattegrond en een lijst van planten. Daar zat waarschijnlijk ook al de tulp bij aangezien Clusius deze in 1593 al in zijn bezit had.

De Goudenregen, direct bij binnenkomst rechts, is de oudste plant in de Hortus

In 1600, zes jaar na het stichten van de Hortus, was deze al te klein. Mede vanwege het feit dat handelsreizigers van heinde en verre planten, zaden en kruiden meenamen, was de hortus, toen nog slechts de huidige Clusiustuin te klein geworden. Uitbreidingen aan de noord- en de zuidkant volgden. Terug naar de poort waar veel bezoekers onder door gaan. Direct bij binnenkomst rechts staat de oudste plant uit de Hortus; de Goudenregen. De Goudenregen wordt in de Hortuscatalogus van 1601 al genoemd. De beroemde Leidse hoogleraar Boerhaave heeft de Goudenregen gezien. Hij was tussen 1709 en 1730 prefect van de Hortus. Ook Carl Linnaeus, die tussen 1735 en 1738 in Nederland te gast was heeft de Goudenregen gezien. De leeftijd maar ook wat deze Goudenregen allemaal heeft ‘meegemaakt’ maakt de plant extra bijzonder.

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram