De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week in gaan we met “Plaatsen van Herinnering” de 18e eeuw in: De magere 18e eeuw. Centraal staat de Joodse Synagoge.
–door Joost Bleijie 
Aan het Levendaal in Leiden staat een opvallend onopvallend gebouw. Achter de sobere gevel bevindt zich de Joodse synagoge van Leiden, een van de oudste nog actieve synagogen van Nederland. Het gebouw vertelt het verhaal van bijna drie eeuwen Joods leven in Leiden.
Vanaf de 17e eeuw trokken Joden naar Leiden, onder meer vanwege de beroemde universiteit. Geleerden bestudeerden er Hebreeuws en Bijbelteksten, terwijl Joodse studenten uit heel Europa naar Leiden kwamen om bijvoorbeeld medicijnen te studeren. Toch bleef de positie van Joden in Leiden, maar ook elders in Nederland kwetsbaar. Het stadsbestuur beperkte lange tijd het aantal Joodse inwoners uit angst voor vooral economische concurrentie.
In 1723 kreeg de Joodse gemeenschap toestemming om een eigen gemeente op te richten. Aan het Levendaal werd een eerste synagoge ingericht. De huidige synagoge dateert uit 1762. Zoals veel synagogen in de Republiek in de 18e eeuw oogt het gebouw bescheiden. Religieuze minderheden mochten hun gebedshuizen namelijk niet al te opvallend maken. Dat gold bijvoorbeeld ook voor katholieken. Zij introduceerde in de 17e en 18e eeuw zogenaamde schuilkerken: Kerken die vanaf de buitenkant niet direct als kerk zichtbaar zijn. De Lokhorstkerk aan de Pieterskerkstraat is daar een mooi voorbeeld van. Bij de Synagoge verraadt de Hebreeuwse tekst boven de ingang de bijzondere betekenis van het gebouw. Er staat “De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste.”
De synagoge was veel meer dan een gebedshuis. Ze vormde het sociale en culturele hart van de Joodse gemeenschap in Leiden. Er werd onderwijs gegeven, armenzorg georganiseerd en vergaderd. De meeste Leidse Joden woonden bovendien in de directe omgeving van het Levendaal. In 1807 werd Leiden getroffen door de beroemde buskruitramp. Ook de synagoge liep zware schade op en een deel van het archief ging verloren. Halverwege de 19e eeuw werd het gebouw grondig gerestaureerd. De zwartste bladzijde van de geschiedenis van de Leidse Synagoge was die van de Tweede Wereldoorlog. De synagoge werd geplunderd en vernield, terwijl een groot deel van de Leidse Joden werd gedeporteerd en vermoord. Van de vooroorlogse gemeenschap keerde slechts een minderheid terug. Toch werd de synagoge na de oorlog hersteld en in 1947 heropend. Vandaag is de Leidse synagoge zowel een rijksmonument als een levend religieus centrum. Er vinden nog steeds diensten en culturele activiteiten plaats. Daarmee blijft het gebouw niet alleen een herinnering aan het verleden, maar ook een zichtbaar teken van de blijvende aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in Leiden.



