Papengracht – Het Van Brouchovenhofje (#2 Hofjesdrieluik)

Papengracht – Het Van Brouchovenhofje (#2 Hofjesdrieluik)

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week het tweede deel van een drieluik over de Leidse Hofjes. Dit keer staat het testament van een hofjes en de regenten die een hofje bestuurden na de dood van de stichter van het hof centraal.  

-door Joost Bleijie 

Wie door Leiden wandelt, ontdekt achter poorten en steegjes een netwerk van hofjes dat de stad haar intieme karakter geeft. Deze besloten wooncomplexen, meestal rond een binnentuin met een waterpomp, ontstonden vanaf de late middeleeuwen en beleefden hun bloeitijd in de zestiende en zeventiende eeuw. Ze waren bedoeld voor arme, vaak oudere alleenstaanden en weduwen en vormden een belangrijk onderdeel van de stedelijke armenzorg. Minstens zo belangrijk als de stichters van deze hofjes waren de regenten: de bestuurders die ervoor zorgden dat de idealen van de oprichter vastgelegd in een testament ook na diens dood werden nageleefd. 

Hofjes kwamen meestal tot stand via een testament. Welgestelde Leidenaren legden daarin vast dat een deel van hun vermogen moest worden gebruikt voor de bouw en het onderhoud van een hofje. Daarbij formuleerden zij nauwkeurige voorwaarden: wie er mocht wonen, welk geloof men moest aanhangen, hoe men zich diende te gedragen en soms zelfs hoe vaak men de kerk moest bezoeken. Omdat de stichter na zijn dood geen directe invloed meer had, werd het beheer toevertrouwd aan regenten. Dit waren doorgaans gerespecteerde mannen uit de stedelijke elite, vaak zelf regenten van gasthuizen, weeshuizen of andere liefdadige instellingen. De regenten hadden een veelzijdige taak. Zij beheerden het vermogen van het hofje, zorgden voor onderhoud van de huizen en hielden toezicht op de bewoners. Regelmatig bezochten zij het hofje om te controleren of de regels werden nageleefd. Overtredingen, zoals wangedrag, dronkenschap of het toelaten van ongewenste bezoekers, konden leiden tot waarschuwingen of zelfs uitsluiting. Op die manier bewaakten regenten niet alleen de materiële kant van het hofje, maar ook de morele orde die de stichter voor ogen had. 

Een goed voorbeeld is het Van Brouchovenhofje aan de Papengracht in Leiden. Dit hofje werd in de zeventiende eeuw gesticht door de familie Van Brouchoven en was bestemd voor arme vrouwen. In het testament was nauwkeurig vastgelegd aan welke voorwaarden de bewoonsters moesten voldoen en hoe het hofje bestuurd diende te worden. De aangestelde regenten zagen erop toe dat alleen vrouwen van onbesproken gedrag werden toegelaten en dat de inkomsten uit het fonds correct werden besteed aan onderhoud en ondersteuning. In archieven is terug te vinden hoe zij rekeningen controleerden, besluiten vastlegden en soms ingrepen bij conflicten.  

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram