Rapenburg 70 – Een tweede theologenruzie die het land verdeelde 

Rapenburg 70 – Een tweede theologenruzie die het land verdeelde 

De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week deel vijf van het zevenluik over de wetenschap en het Leidse stadsbeeld. Dit keer met Rapenburg 70, de Oude UB, als Plaats van Herinnering. 

In de bocht van het Rapenburg aan de kant van de Pieterskerk wordt de huizenrij onderbroken door een voortuin. Het is de tuin van Rapenburg 70, het pand waar tussen 1595 en 1983 de Universiteitsbibliotheek was gevestigd voordat die verhuisde naar een moderner gebouw aan de Witte Singel. Voor 1591 was het pand in gebruik als Faliede Begijnhof. Los van het naambordje dat hangt in het steegje rechts naast de voortuin herinnert nog weinig aan de tijd dat dit pand een religieuze functie had.  

Van alle hoogleraren die Leiden heeft gehad, doet Johannes Coccejus (1603 – 1669) minder snel een bel rinkelen dan zijn voorgangers Arminius en Gomarus. De twist die deze twee hoogleraren over één zin in de Bijbel hadden is beroemd geworden. Halverwege de 17e eeuw was wederom een Leidse Hoogleraar het middelpunt van een theologische twist. De Leidse Coccejus kreeg het aan de stok met de Utrechtse theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676) Wat net als bij Arminius en Gomarus ruim 40 jaar eerder begon als een academisch meningsverschil, groeide uit tot een felle strijd die de gereformeerde kerk in de Republiek diep verdeelde. De kern van hun conflict lag in de manier waarop de Bijbel moest worden uitgelegd. Coccejus, sinds 1650 hoogleraar in Leiden, stond bekend om zijn vernieuwende benadering: hij wilde de Bijbel vooral vanuit haar eigen context begrijpen. Zijn theologie draaide om het idee van verbonden tussen God en mens – de zogenaamde verbondstheologie. Daartegenover stond Voetius, die in Leiden studeerde bij de stijve Gomarus. Hij hield vast aan een meer traditionele benadering waarin vaste leerstellingen centraal stonden.  

Hoewel hun verschillen breed waren, spitste de ruzie zich vooral toe op één concreet onderwerp: de zondagsrust. Coccejus stelde dat het zondagsgebod pas bij Mozes was ingesteld en dus niet letterlijk gold voor christenen. Volgens hem hoefde de zondag dus geen rustdag zijn. Voetius zag dit als een gevaarlijke versoepeling die kon leiden tot moreel verval. De strijd speelde zich niet alleen af in boeken en disputen, maar ook in het academische en kerkelijke leven van de Republiek. De Gereformeerde Kerk viel in twee kampen uiteen: de “rekkelijken” (Coccejanen) en de “preciezen” (Voetianen). Zijn er vandaag nog sporen van deze ruzie in Leiden te vinden? Jazeker. Coccejus ligt begraven in de Pieterskerk, waar een monument zijn naam nog altijd levend houdt. In de UB aan de Witte Singel liggen de archieven en geschriften van Coccejus.Die hebben dus heel lang aan het Rapenburg gelegen. 

 

Deel dit bericht:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Telegram