De geschiedenis van Leiden is op Amsterdam na de rijkst gevulde geschiedenis van Holland. Toch is die geschiedenis lang niet altijd bekend. In de column Plaatsen van Herinnering neemt Leidenaar en historicus Joost Bleijie u wekelijks mee naar een plek in Leiden waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of naar een plek waar een beroemde historische Leidenaar gewoond of gewerkt heeft. Deze week staat een opmerkelijke en hoogoplopende ruzie tussen twee hoogleraren centraal. Plaats van herinnering is het stadhuis in de Breestraat waar aan het begin van de 17e eeuw een heuse schans werd opgetrokken.
-door Joost Bleijie
Niets herinnert er meer aan dat er midden op de Breestraat ooit bijna veldslag heeft plaatsgevonden. Het was een gevolg van het langdurig conflict tussen de volgelingen van Arminius en de volgelingen van Gomarus, twee hoogleraren theologie aan de Universiteit van Leiden. Zij kregen begin 17e eeuw een hooglopende, wetenschappelijke maar vooral een religieuze discussie, zeg maar gerust ruzie, waar ze door middel van het schrijven van allerlei wetenschappelijke verhandelingen niet meer uit kwamen. Het conflict tussen Arminius en Gomarus kreeg, toen stadhouder Maurits en Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt partij kozen, een landelijke dimensie.
De twisten tussen Arminius en Gomarus gingen over een heel klein stukje uit de Bijbel namelijk de predestinatieleer. Kortweg: heeft God al bepaald wie er in de hemel komt en doen goede werken en goed gelovig zijn er niet meer toe of kan je door goed gelovig te zijn en door goede werken te doen ook nog naar de hemel gaan? Arminius, die in 1604 hoogleraar theologie werd aan Universiteit Leiden vond dat laatste. Hij was daarmee één van de Rekkelijken, ook wel Remonstrant genoemd. Tegenover hem stond Gomarus, ook hoogleraar in de theologie in Leiden. Hij was één der Preciezen of een Contraremonstrant. Deze tegenstelling leverde felle discussies op tussen Arminius en Gomarus, maar ook onder de volgelingen die ze hadden verzameld. In het eerste decennium van de 17e eeuw was Leiden het decor voor de twisten omdat ook het stadsbestuur kant had gekozen namelijk voor Arminius. Zij voelde zich zo bedreigd dat er in oktober 1617 in de Breestraat een schans werd opgetrokken om het stadsbestuur te beschermen. Een jaar later werd de schans door Maurits weer gesloopt. Arminius maakte dit overigens niet meer mee. Hij stierf in 1610.

Gravure van de in 1617 in de Breestraat opgetrokken Arminiaanse Schans die het stadsbestuur moest beschermen tegen de volgelingen van Gomarus
Toen de twisten in Leiden uitgedoofd waren, ging het conflict op landelijk niveau verder. De kloof tussen contraremonstrant Maurits en remonstrant Van Oldenbarnevelt was niet meer te overbruggen. Op 29 augustus 1618 liet Maurits Van Oldenbarnevelt arresteren. Na iets wat wij tegenwoordig een showproces zouden noemen werd Van Oldenbarnevelt vanwege (zogenaamd) hoogverraad ter dood veroordeeld. Op 12 mei 1619 werd Johan van Oldenbarnevelt op het Plein in Den Haag onthoofd. Hij leunde daarbij op een stokje en sprak daarbij de woorden ‘“Mannen, gelooft niet dat ik een landverrader ben; ik heb oprecht en vroom gehandeld, als een goed patriot en liefhebber van het vaderland.” Tegen de beul zei hij: “Maak het kort, maak het kort.”
Socials: @geschiedenisvanleiden
Podcast: Een stukje Leidse Geschiedenis



